Van honderden bestemmingsplannen naar één omgevingsplan per gemeente

Gemeenten zijn druk bezig met het opbouwen van het omgevingsplan nu de Omgevingswet al bijna twee jaar in werking is. Dit is een grote opgave waarbij verschillende keuzes gemaakt worden over regels die bepalen waar gebouwd mag worden en welk gebruik in gebouwen en op locaties is toegestaan. Waar moet u als eigenaar of gebruiker op letten als de gemeente het omgevingsplan in de buurt gaat wijzigen? VBTM praat u bij.

Voor de Omgevingswet: grote hoeveelheid bestemmingsplannen per gemeente
Gemeenten hebben bijna altijd meerdere bestemmingsplannen die in omvang behoorlijk verschillen. Zo zijn er vaak bestemmingsplannen voor hele woonwijken, bedrijventerreinen en buitengebieden maar ook ‘postzegelplannen’ die voorzien in de realisatie van bijvoorbeeld één of twee woningen. Tegelijkertijd kan bijvoorbeeld een bestemmingsplan voor een woonwijk in het zuiden van een gemeente vastgesteld zijn in 2013 en komt het bestemmingsplan voor het centrum uit bijvoorbeeld 2021. Dit zorgt ervoor dat de regels in de verschillende bestemmingsplannen flink uiteen kunnen lopen. In de praktijk komt het voor dat in een gebouw met een maatschappelijke bestemming zorgwoningen zijn toegestaan terwijl het in een ander gebouw om een verpleeghuis kan gaan. Het bestemmingsplan kent dus altijd een duidelijke afbakening met een plangrens en van oudsher is de periode van het bestemmingsplan tien jaar.

Nu: harmonisatie in één omgevingsplan
De Omgevingswet bepaalt dat er per gemeente één omgevingsplan is. Gemeenten krijgen tot 2032 de tijd om alle losse bestemmingsplannen om te vormen tot een omgevingsplan dat aan de eisen van de Omgevingswet voldoet. Dat doet de gemeente door het omgevingsplan stapsgewijs te wijzigen met zogenoemde wijzigingsbesluiten die in omvang en qua onderwerp kunnen verschillen. Een wijziging van het omgevingsplan kan een deel van het grondgebied betreffen waarmee bijvoorbeeld het bestemmingsplan voor het buitengebied wordt vervangen met nieuwe regels. De gemeente kan ook voor een bepaald onderwerp de regels van het omgevingsplan veranderen voor het gehele grondgebied. Daarbij kan gedacht worden aan regels over horecabedrijven of over het kappen van bomen.

Het feit dat er één omgevingsplan per gemeente is dat vaak gewijzigd kan worden voor delen van de gemeente of voor verschillende onderwerpen dwingt de gemeente om nieuwe keuzes te maken. Het gevolg daarvan is dat gemeenten de verschillen tussen de bestemmingsplannen vaak zullen harmoniseren in nieuwe regels voor de hele gemeente. Bij het harmoniseren van alle regels kan het voorkomen dat er keuzes worden gemaakt die ervoor zorgen dat gebruiksmogelijkheden uit het bestemmingsplan niet op dezelfde manier in het omgevingsplan terugkomen.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een gebouw met een maatschappelijke bestemming ook gebruikt mag worden voor een klein restaurant of winkeltje. In het omgevingsplan voor de hele gemeente formuleert de gemeente de regels net iets anders om de verschillende bestemmingsplannen ‘gelijk te trekken’ waarbij geen rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van één locatie. Het gevolg is dan wel door de wijziging van het omgevingsplan voor dat gebouw of die locatie de gebruiksmogelijkheden veranderen.

Conclusie
Belangrijk is dan om te reageren op het ontwerp van de regeling. Gemeenten zijn namelijk verplicht om een ontwerpwijziging van het omgevingsplan zes weken ter inzage te leggen waarbij iedereen een reactie mag indienen. In dat verband is goed om het in achterhoofd te houden dat het omgevingsplan geen planperiode kent van tien jaar maar dat wijzigingen dus vaker plaats kunnen vinden. Op dezelfde locatie kan het dus voorkomen dat in jaarlijks meerdere wijzigingen van de regels plaatsvinden. Heeft u vragen over de gevolgen van een wijziging van het omgevingsplan? Neem gerust contact met ons op.

 

Pagina printen:Printen
Relevante nieuwsberichten